Verliezers verdwijnen

Al haar hele loopbaan is de Duitse schrijver Christa Wolf omstreden. Dat was zo bij haar debuut, bijna veertig jaar geleden. Dat is weer zo bij haar roman Medea die onlangs verscheen. Afgezien van oneigenlijke argumentaties in heftige polemieken, staat haar formaat als auteur buiten kijf. Haar thematiek, de literaire vorm die zij daarvoor kiest en haar leven roepen de weerstanden op. Die weerstanden mogen als teken gelden van het belang van haar werk.

     Christa Wolf werd geboren in 1929 in Oostpruisen. Een belangrijk deel van haar jeugd leefde zij in het Duitsland dat voor de heerschappij van de nazi's had gekozen. Bij de grensverschuivingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd haar geboorteplaats Pools. Met haar familie was zij westwaarts gevlucht en kwam terecht in de DDR. Daar studeerde zij. Daar werd zij schrijver.

 

Vanaf het begin is voor Christa Wolf literatuur een heel eigen en specifieke vorm om te onderzoeken waarin het in haar leven om draait. 'Haar leven' is voor deze schrijfster altijd een leven geweest in de geschiedenis, in de wereld die haar omringt. Daarom verkeren haar romanpersonages nimmer alleen in een persoonlijk conflict, maar tegelijk in een maatschappelijk conflict.   Haar vertelling Der geteilte Himmel (1963) bijvoorbeeld, handelt van de liefde tussen een meisje en een jongen. Als de jongen besluit in de BRD te gaan wonen, kiest het meisje voor een eigen leven in de DDR. Karakteristiek genoeg is de deling van Duitsland geen literair foefje om de scheiding van de twee melodramatisch aan te zetten. Evenmin dient de scheiding om een ideologisch correcte keuze te belichten, zoals in literatuur van die tijd niet ongebruikelijk was. Voor Wolf is literatuur een speciale taal om de problemen waarvoor zij en haar sekse- en generatiegenoten voor staan recht te doen. Rechtdoen betekent ingaan tegen de menselijke neiging alles overzichtelijk te maken door het in te delen in goed en fout, wit en zwart.

     Veel mensen van haar generatie hebben zich vol enthousiasme ingezet voor de opbouw van de DDR. Veel van die mensen hebben in de loop van de veertig jaar, ondanks de absurditeiten, ontsporingen, onvrijheid, verspilling van menselijke mogelijkheden waarmee ze te maken kregen, een grote trouw aan dat land aan de dag gelegd. Christa Wolf zou Christa Wolf niet zijn als ze dat fenomeen niet aan een vooral zelfkritisch literair onderzoek onderwierp.

     Een van haar grote projecten daarbij is de autobiografische roman Kindheitsmuster (1976) (vert. Patronen van een jeugd). Zij herovert daarin moeizaam de beelden en gebeurtenissen van haar jeugd in Duitsland van Hitler. Die blijken niet te stroken met de heldere tegenoverstelling van fascisten en arbeidersklasse van de geschiedschrijving van de DDR. Fascisme was een alledaagse verschijnsel. Het alledaagse leven had fascistische trekken. Wie erin leefde ervoer dat als een normaal leven. Het diabolische karakter ervan werd Wolf pas vanuit de ruïnes duidelijk.

     Later vertelde Wolf in een interview hoe bepalend die breuk is, voor haar keuzes en haar leven in het naoorlogse Europa. Met haar collega's was zij eind jaren zeventig, begin jaren tachtig onderdeel geweest van een machtsstrijd in de DDR. De uitkomst daarvan was de bevriezing van de politieke verhoudingen en een marginalisering van het culturele debat. Illusies had zij niet meer. Toch bleef Christa Wolf de uitersten van starheid en veranderbaarheid van zichzelf en andere mensen onderzoeken. Toch stelde ze in haar romans steeds weer de vraag naar vrijheid en verantwoordelijkheid. Het indringendst kwam de vraag naar de kwaliteit van ons bestaan in deze wereld van oorlog en dreiging van oorlog naar voren in haar roman Kassandra (1983).

     Kassandra is een bewerking van een stof uit de Griekse mythologie. Kassandra is een dochter van de koning van Troje. Zij heeft de gave van helderziendheid. Haar voorspellingen worden niet geloofd. Haar waarschuwingen geeft men geen gehoor. Wolf maakt van de Kassandra-figuur meer een profeet in Bijbelse zin. Kassandra ziet niet de toekomst, zij ziet haar­scherp hoe de wereld van het heden in elkaar steekt. Helderziend­heid is bij haar het doorschouwen van de dodelijke verhoudingen. Kassandra ziet omdat zij niet het vermogen bezit de band met haar gevoel door te snijden. Zij zou het wel willen. Haar realistische kijk op het karakter van de menselijke werkelijkheid roept agressie op.

     In Kassandra gebruikt Wolf een procedé dat ze ook in haar nieuwste roman Medea hanteert. Een vrouwenfiguur uit de mythologie wordt in haar tijd geplaatst en haar levensverhaal wordt opnieuw en anders verteld. Die afstand brengt haar nabij. Haar nabijheid vervreemdt de lezer van zijn eigen hedendaagse vanzelfsprekendheden.

     In beide romans schenkt Wolf veel aandacht aan het feit dat de Griekse cultuur ontstaan is op het breukpunt van de overgang van de matriarchale maatschappij naar de patriarchale. De mythologie zoals wij die kennen, is niet alleen een weerslag van de imperiale verovering van de Grieken van een vijandige wereld. Bij die verovering werden de aangetroffen godsdiensten en levenspraktijken verdrongen en vernietigd.

     De mythen zoals wij ze kennen, zijn verteld vanuit het perspectief van de overwinnaars. Doordat Wolf het perspectief van een vrouw kiest, ontstaan er breuken in die verhalen. Van wat wij door de ogen van de ogen van de mannelijke overwinnaars als tragische waarheid van ons bestaan hebben leren zien, is een andere versie mogelijk. 

     Het is duidelijk dat deze trek van Wolfs literatuur en leven met de geschiedenis, vanaf het einde van de jaren tachtig een nieuwe actualiteit kreeg. Het einde van de DDR en het nieuwe Duitsland vormen opnieuw een breuk in de geschiedenis die haar vanuit de ene tijd in een andere deden tuimelen. Dit keer ging dat niet meer gepaard met de schok van de eerste keer. Per slot kent zij de werkelijkheid van haar land beter dan de overwin­naars die hun beeld van die DDR aan haar voormalige bewoners als werkelijkheid willen opleggen.

     De interesse van Christa Wolf gaat uit naar wat er met mensen gebeurt die zich ineens in een heel andere tijd moeten wel bevinden. Wat doen die met hun geschiedenis? Hoe gaan ze met hun vrienden om? Hoe veranderen hun gedachten en leefwijzen? Wolf onderzoekt haar eigen nederlagen en compromissen. Ze wil ze naar haar eigen normen kennen en niet naar die van hen die ze van buitenaf beoordelen. Ze wil ook weten hoe de mensen uit de BRD reageren op hun 'overwinning'. Hoe gaan die met hun geschiedenis om? Haar interesse gaat uit naar een sterke vrouwenfiguur in sterk veranderende tijden en omstandigheden.

     Medea is niet Wolfs eerste publicatie na de 'Wende', wel de meest omvattende. De strijd over wiens versie van deze geschiedenis de tijd zal overleven, is een belangrijk onderdeel van de vertelling. In de loop van de roman ontstaan de grondlijnen van de mythe zoals wij die kennen.

     Uit de mythe komt Medea naar voren als een als heks en moordenares. Jason komt met zijn Argonauten in haar vaderland Kolchis om er het Gulden Vlies te halen. Zij wordt verliefd op Jason. Zij helpt hem met haar toverkunsten om het Vlies te bemachtigen en vlucht met hem weg. Haar broertje vermoordt zij om de ontsnapping mogelijk te maken. Zij en Jason krijgen twee zoons, een tweeling. Uiteindelijk komen ze in Korinthe. Jason maakt kans op de troon als hij trouwen zal met prinses Glauke. Vanzelfsprekend gaat hij daartoe over. Uit wraak vergiftigt Medea haar rivale Glauke en vermoordt zij de beide zoons van Jason en haarzelf.

     Sterke vrouwen krijgen vanuit mannelijk perspectief vaak de trekken van een heks. Kom je ergens in een verhaal zo'n demonische vrouw tegen, kun je in de spiegel van die karaktertekening al gauw de angst van de man ontcijferen. Via die weg gaat Christa Wolf te werk. In haar roman is Medea een priesteres met een centrale functie in de religieuze cultus in haar vaderland Kolchis. Kolchis verkeert in een crisis als Jason verschijnt. Medea en haar medestanders rekenen ermee dat diens komst de crisis een positieve wending kan geven. De machthebbers offeren Medea's jongere broer om hun macht te consolideren. Zij moet vluchten en gaat met Jason mee.

     Als vluchteling leeft zij vervolgens in Korinthe. Zij weigert zich onderdanig te gedragen. Dat provoceert de machthebbers in Korinthe. Als zelfstandige vrouw en als niet-onderworpen vreemdelinge tast zij de vanzelfsprekende machtsverhoudingen op velerlei terreinen aan. Bovendien, zoals in haar vaderland wil zij weten wat de basis is waarop de Korinthische maatschappij rust. Zij ontdekt dat die gevormd wordt door een misdaad, een kinderoffer. Dat zijn de redenen van haar uitstoting, waarbij zij als echte zondebok de moorden op Glauke en haar zonen krijgt toegeschreven. In de roman zien we hoe Medea bepaalde demonische trekken krijgt toegedicht. Men wil zo het dodelijk geheim waarop de macht van Korinthe is gebaseerd, en dat zij heeft blootgelegd, opnieuw aan het oog te onttrekken.

 

Deze herschrijving van de mythe is een van de elementen die Medea tot weer een omstreden boek van Christa Wolf maakt. Men verwijt haar dat zij simpelweg van de ''bad girl'' van de geschiedenis een 'good girl' maakt: van moordenares tot slachtoffer. Daarmee zou Wolf het tragische karakter aan de mythe ontnemen. Haar roman zou daardoor saai zijn.

     Ik geloof niet dat Wolfs Medea minder tragisch is dan de Medea uit de mythe. Wolf verschuift de tragiek echter naar een ander vlak. Haar Medea is niet een vrouw die uit liefde voor een man een misdaad pleegt en door diezelfde man aan de kant wordt geschoven. Zij is niet een vrouw wraak neemt door hem zijn zonen (zijn nageslacht en naam) te ontnemen.

     Wolfs Medea is een vrouw die de loop van de geschiedenis ten goede heeft willen beïnvloeden. Zij heeft daarbij trouw aan zichzelf willen blijven. Zij heeft tegenkrachten opgeroepen, waardoor de geschiedenis zijn bloedige gang heeft voortgezet. Zij wordt bij Wolf geen schuldeloos slachtoffer. Zij handelt in de geschiedenis. Haar tragiek is dat zij zelf mede de gebeurtenissen heeft opgeroepen waarvan haar geliefden het slachtoffer worden. Dat de feiten van de mythe en die van de roman van elkaar verschillen, werpt een fel licht op deze tragedie. Niet alleen haar geliefden verloor Medea, niet alleen haar strijd. Als consequentie van dat verlies, verloor ze haar eigen verhaal over de geschiedenis.

     Hoe overwinnaars het verhaal van verliezers doen verdwijnen, is een van de dingen die Christa Wolf in Medea zichtbaar maakt. Het is goed je als Westerling te realiseren dat je in je eigen verhaal van de overwinnaars leeft, waardoor de gangbare geschiedenis een eigenaardige, eenzijdige voorstelling van zaken heeft.

 

1996


naar de bibliografie