zeelust

 

 

 

blijf aan het strand niet liggen lichaam,

 

waar licht toedekt en in zand neerdrukt

 

wat het blootlegt. niet lost lucht het op,

 

water, zout water alleen verlicht

 

in de aderen de last van de adem,

 

heft op haar roering naar zon, maan en

 

sterven elk donker voorwerp omhoog

 

dat aan zo'n licht gelest zal wegzinken.

 

bevestig van verder dan verre:


hoe kortstondig de zee moge zijn, de deining


van de bestendige kust duurt korter.

 

 

 

noodtrap

terug naar het schone geheim